Uit aldus sprak Zarathustra (een boek voor allen en geen)
Friedrich Wilhelm Nietzsche
5
Toen Zarathustra deze woorden had gesproken, zag hij wederom het volk aan en zweeg: “daar staan ze dan”, sprak hij tot zijn hart “ zie ze lachen: ze begrijpen mij niet, ik ben niet de mond voor deze oren. 
Moet men hen eerst de oren stukslaan, zodat ze leren met ogen te horen. Moet men razen als pauken en boetepredikers? Of geloven ze slechts de stotteraars?
Ze hebben iets, waar ze trots op zijn. Hoe noemen ze toch datgene wat ze trots maakt? Ontwikkeling noemen ze het, het verheft ze boven de geitenhoeders.
Daarom horen ze niet graag van zichzelf het woord “verachting”. Dus zal ik tot hun trots spreken.
Laat ik hen over het verachtelijkste spreken: dat is echter de laatste mens.
En aldus sprak Zarathustra tot het volk:
Het wordt tijd dat de mens zich een doel stelt. Het wordt tijd dat de mens de kiem van zijn hoogste hoop plant.
Nog is zijn bodem er rijk genoeg voor. Maar deze bodem zal eens arm en tam zijn, en er zal geen hoge boom meer uit hem tot wasdom komen.
Wee! Er komt en tijd, Waarin de mens de pijl van zijn verlangen niet meer over de mens heen werpt, en verleerd heeft, de pees van zijn boog te doen suizen.
Ik zeg jullie: Men moet nog chaos in zich hebben om een dansende ster te kunnen baren. Ik zeg jullie: Nog hebben jullie chaos in je.
Wee! De tijd zal komen. Dat de mens geen ster meer zal baren. 
Wee! De tijd zal komen van de verachtelijkste mens, die zichzelf niet meer verachten kan.
Ziet! Ik toon jullie de laatste mens:
“Wat is liefde? Wat is schepping? Wat is verlangen?” vraagt zich de laatste mens af en knipoogt.
De aarde is dan klein geworden, en op haar huppelt de laatste mens, die alles klein maakt. Zijn geslacht is onuitroeibaar als de aardvlo; de laatste mens leeft het langste.
“Wij hebben het geluk uitgevonden”- zeggen de laatste mensen en knipogen.
Zij hebben de streken verlaten waar het leven hard was: want men heeft warmte nodig.  Men houdt nog van de buurman en schurkt zich tegen hem aan: want men heeft warmte nodig.
Ziek worden en wantrouwen geldt als zonde: men gaat achtbaar heen. Een dwaas die nog over mensen of stenen struikelt!
Af en toe een beetje gif geeft aangename dromen. Veel gif op het laatst, om aangenaam te sterven.
Men werkt nog, want werken is vermaak. Maar men waakt er voor dat het vermaak niet wordt verstoord.
Men wordt niet meer arm of rijk: Beiden zijn te bezwaarlijk. Wie wil nog regeren? Wie wil nog gehoorzamen? Beiden zijn te bezwaarlijk.
Geen herder en geen kudde! Iedereen wil hetzelfde: wie iets anders voelt gaat vrijwillig naar het gekkenhuis.
“ Vroeger was iedereen gestoord” - zeggen de deftigsten en knipogen.
Men is verstandig en weet alles, wat gebeurd is: Men kan blijven spotten. Men twist nog wel maar verzoend zich spoedig- anders bederft het de maag.
Men heeft zijn pleziertje voor de dag en zijn pleziertje voor de nacht: maar men denkt aan zijn gezondheid.
“Wij hebben het geluk uitgevonden”  -zeggen de laatste mensen en knipogen.
En hier eindigde de eerste rede van Zarathustra, die men ook wel “de voorrede” noemt: want op deze plek werd hij onderbroken door het geschreeuw en de lust van de menigte. “Geef ons deze laatste mensen oh Zarathustra, -schreeuwden zij - maak van ons deze laatste mens! Dan doen wij jou de bovenmenselijke cadeau! En heel het volk jubelde en klakte met de tong. Zarathustra werd echter treurig en sprak tot zijn hart:
Zij begrijpen mij niet: ik ben niet de mond voor deze oren.
Te lang verbleef ik kennelijk in de bergen, te veel luisterde ik naar beken en bomen. Nu praat ik, voor hen, als een geitenhoeder.
Onbewogen is mijn ziel en helder als het gebergte in de voormiddag. Maar zij denken dat kil ben en een spotter in verschrikkelijk jolijt.
En nu kijken zij mij aan en lachen: maar zelfs terwijl ze lachen haten zij mij nog . Er is ijs in hun lachen.
 Lees verder wat vooraf ging
http://www.nietzschesource.org/texts/eKGWB/Za-IAldus_sprak_Zarathustra.htmlshapeimage_1_link_0shapeimage_1_link_1

Alles van waarde

Niet zo nieuw meer maar toch mooi Dylan Thomas leest voorDylan_Thomas.htmlDylan_Thomas.htmlDylan_Thomas.htmlshapeimage_4_link_0shapeimage_4_link_1shapeimage_4_link_2
Of toch:
Heel andere koek 
Heel_andere_koek.htmlHeel_andere_koek.htmlHeel_andere_koek.htmlshapeimage_5_link_0shapeimage_5_link_1shapeimage_5_link_2
hoiliefje.nlhttp://www.hoiliefje.nlshapeimage_6_link_0

Wij reden dwars door Frankrijk naar Baskenland, dwaalden door de Pyreneeën, klommen tot in de sneeuw, verschenen en dronken van het water in Lourdes,  ploeterden door het zand van hoge duinen, banjerden over de rotsen van de Bretonse kust, braken een tentstok en lieten ons daarna de weelde van franse drank, keuken, en hotels aanleunen, totdat wij het in Normandië helemaal zat waren en naar huis verlangden.

Deze site is 
geïnspireerd 
door het gedicht
”De zeer oude zingt”
van Lucebert.Gedichten/Artikelen/2009/1/25_De_zeer_oude_zingt.htmlshapeimage_7_link_0

Al enige tijd verzinken mijn gedachten in gedichten van je tralala en geen woorden voor gebeuren. Van slaapdronken slaap vol van dromen die zonder enige gene zijn. De doodverveelwoordenvrienden banger voor de dag dan voor de nacht reclameren van ver gekomen waarheden maar weigeren asiel.

minder te gaan.